Naar inhoud springen

LG Group

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
LG Group
Logo
LG Group
Locatie
Hoofdkantoor Seoel, Zuid-Korea
Industrie en producten
Industrie(ën) Conglomeraat
Producten/diensten huishoudelijke apparatuurBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Oprichting 1947
Bedrijfsstructuur
Rechtsvorm naamloze vennootschapBewerken op Wikidata
Oprichter(s) Koo In-hwoi
Sleutelfiguren Koo Kwang-mo (CEO)
Groot­aandeelhouders National Pension Service, Mirae Asset GroupBewerken op Wikidata
Aantal werknemers 222000 (2023)[1]Bewerken op Wikidata
Dochter­ondernemingen LG Electronics, LG Uplus, LG Chem, LG Household & Health Care, LG CNS, Zenith ElectronicsBewerken op Wikidata
Financiën
Sector(en) Electronica, chemie en communicatie
Omzet/jaar US$ 120 miljard (2022)
Links
Website [(en) LG Corporation Website]
Portaal  Portaalicoon   Economie

De LG Group is een Zuid-Koreaanse chaebol (conglomeraat) die actief is in elektronica, chemie, communicatie, handel en financiering.

[bewerken | brontekst bewerken]

De naam LG is een afkorting voor Lucky Goldstar, de naam van het bedrijf tot 1995. Voor de naamswijziging werden de producten in Zuid-Korea afgezet onder de merknaam Lucky, terwijl specifiek buitenlandse producten werden verkocht onder de merknaam Goldstar.

Thans heeft de afkorting 'LG' geen betekenis meer,[2] hoewel de reclameslogan suggereert met "Life's Good", dat dit de verborgen betekenis van de letters is.

LG heeft een Easter egg in zijn logo zitten. Als men de L iets naar boven schuift, zal men Pac-Man te zien krijgen. De stip naast de L vormt zijn oog.

In 1947 werd het eerste bedrijf opgericht, Lucky Chemical Industrial Co. (nu: LG Chem), van wat later de corporatie ging vormen was. Koo in-whoi was de oprichter.[3] Het bedrijf was actief met de productie van cosmetica, tandenborstels, kammen en plastic bakken.[3] Na de Koreaanse Oorlog kwamen daar wasmiddelen en tandpasta bij. In 1958 vond uitbreiding plaats naar consumentenelektronica. Goldstar Co. begon in dat jaar als eerste Zuid-Koreaans bedrijf met de productie van radio's. In 1966 was het de eerste in het land die televisies maakte.[3]

In 1967 volgde een olieraffinaderij in Yeosu, in het uiterste zuiden van het land, met een capaciteit van 60.000 vaten olie per dag. Onder de naam Honam Oil Refinery begonnen de activiteiten, later werd het bedrijf hernoemd tot LG Caltex en vanaf 2005 gaat het verder als GS Caltex. Het bedrijf vierde in 2017 het 50-jarig bestaan.[4] Het is nog altijd een joint venture van Chevron Corporation en GS Energy en heeft inmiddels een capaciteit van 790.000 vaten per dag en behoort tot de grootste van de wereld. In 2012 werd GS Energy verzelfstandigd.

Het gebruik van joint ventures met buitenlandse partijen was zeer gebruikelijk. In de jaren zeventig hadden diverse bedrijven van de groep buitenlandse partners, waaronder Goldstar Cable Company met het Japanse Hitachi, Goldstar Electric met NEC, Goldstar Tele-Electric en het Duitse Siemens, Goldstar Semiconductor met AT&T en Goldstar Honeywell met Honeywell-Bull.[5]

In 1982 werd de eerste buitenlandse productievestiging geopend. Gold Star Co. besloot een fabriek voor kleurentelevisies te bouwen in Huntsville (Alabama).[6] Het was de eerste fabriek van een Zuid-Koreaans bedrijf in de Verenigde Staten. De begincapaciteit was 50.000 eenheden, maar een uitbreiding naar 400.000 stuks was voorzien.[6] Voor de Lucky Group betekende dit een investering van US$ 5 miljoen, een bescheiden bedrag voor een bedrijf met een jaaromzet van meer dan US$ 5 miljard.[6] In 1987 volgde de eerste fabriek in Europa, in Worms, voor de productie van kleurentelevisies en videorecorders.[7]

De chaebol bleef zich verder ontwikkelen in deze twee bedrijfstakken, chemie en consumentenelektronica, en bereikt in 1987 een omzet van US$ 16 miljard en telde toen zo'n 88.000 medewerkers.[3]

Begin 1995 werd de naam gewijzigd van Lucky Goldstar Group in LG. In hetzelfde jaar kocht LG Electronics (LGE) een meerderheidsbelang in de Amerikaanse televisieproducent Zenith Electronics.[8] LGE betaalde US$ 350 miljoen en breidde het aandelenbelang uit van 5% naar 57,7%. Zenith verloor terrein door de opkomst van goedkopere buitenlandse producenten en leed een verlies in negen van de afgelopen 10 jaar.[8] Zenith telde in 1994 nog zo'n 20.000 medewerkers. In 1994 had LGE een omzet van US$ 7 miljard en zal na de overname het Franse bedrijf