Naar inhoud springen

Regenwoud

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Uitzicht over een regenwoud in Maleisië

Een regenwoud is een bebost ecosysteem waarin veel regen valt, het gehele jaar door. Als minimum wordt 1700 tot 2500 millimeter regen aangehouden voor een regenwoud, met een bepaald minimum per maand: als de regen ongelijk over het jaar verdeeld is kan sprake zijn van een moessonwoud. Een nevelwoud kan even nat zijn als een regenwoud, maar het water komt in een andere vorm.

Regenwouden worden gekenmerkt, naast de grote hoeveelheid regen, door levensgemeenschappen met een zeer hoge biomassa en een zeer hoge jaarlijkse primaire productie en met een hoge biodiversiteit. Dergelijke hoge biodiversiteit, met een groot aantal planten- en diersoorten, is kenmerkend voor veel oerbossen of oerwouden.

Regenwoud kan worden aangetroffen zowel in gematigde als in tropische klimaten.

De grootste tropische regenwouden zijn het Amazoneregenwoud in het Amazonebekken, de Congolese regenwouden in Centraal-Afrika en de regenwouden in Indonesië.

Gematigde regenwouden komen voor in Noord- en Zuid-Amerika, in Oceanië, in voormalig Joegoslavië, in Georgië, in China en in Japan.

Cambodja bestaat voor ongeveer 52% uit regenwouden. Het eiland Saba is begroeid met secundair regenwoud. Het centrale plateau in het zuiden van India kent een begroeiing van palmbomen met regenwoud naar de regenachtige zuidwestkust toe. De regenwouden beslaan ongeveer 14% van de totale landoppervlakte.

Gebruik en bedreiging

[bewerken |