Troubadour





Een troubadour is van oorsprong een middeleeuwse kunstenaar, vooral begaafd als muzikant-dichter. Een trouvère is een vergelijkbare artiest. Ze waren actief in het Franse taalgebied.
Het woord troubadour is afgeleid van het Occitaanse woord "trobar", dat 'vinden' of 'bedenken' betekent (vr: trobairitz). Het woord "trouvère" is afgeleid van het Oudfranse 'trouver', dat eveneens 'vinden' of 'bedenken' betekent.
In Germaanstalige streken spreekt men over 'minnezangers' (ze zongen over de 'hoofse minne'). Troubadours vertonen ook verwantschap met andere middeleeuwse kunstenaars zoals de jongleur en de minstreel.
Ontwikkeling
[bewerken | brontekst bewerken]De eerste met naam bekende troubadour was Willem van Poitiers, die in de 11e eeuw leefde en hertog van Aquitanië was. Hij schreef in het Occitaans, de oudste levende literaire taal van West-Europa. De meeste troubadours bezongen de hoofse liefde. Bekend gebleven troubadours zijn onder andere Bernard de Ventadour en Jaufré Rudel. Ook leden van de hoge adel schreven liederen in de stijl van de troubadours, bijvoorbeeld hertog Jan I van Brabant. Met de vernietiging van de Occitaanse cultuur na de gewelddadige inlijving door Frankrijk van de Languedoc in het begin van de veertiende eeuw verdwenen ook de troubadours.
Sommige troubadours trokken weg uit Zuid-Frankrijk, richting Noord-Frankrijk, Italië en Catalonië. Nu waren deze streken in handen van de koning, terwijl Zuid-Frankrijk verdeeld was en niet in handen van de koning was. In de 13e eeuw ziet de koning een aanleiding om een oorlog te starten. Er ontstond namelijk ketterij in de Provence, en de Paus stuurde zijn "honden", de Dominicanen, die een grootschalige inquisitie instelden. Hierbij kreeg de Paus steun van de koning in Noord-Frankrijk. Van 1209 tot 1229 vinden de Albigenzer Oorlogen plaats. Ook veel troubadours sneuvelden, en de overigen werden werkloos doordat het geld voor kunst en cultuur op was geraakt door de hoge oorlogskosten. Over deze strijd werd ook gezongen. Na 1230 vonden troubadours nog wel werk in Spanje en Italië. De eeuw daarvoor gingen ze al naar Noord-Frankrijk, en de invloed van de trouvères werd merkbaar. Zo ontstond de wereldlijke monodie die in de landstaal gezongen werd. Het contact tussen troubadours en trouvères blijkt ook uit huwelijken. De trouvèremuziek na de periode 1250-1300 wordt dan ook door troubadours nieuw leven ingeblazen. Er is ook invloed van de trouvères op de Minnesänger in West-Duitsland en op kunstenaars in Italië.
Kenmerken
[bewerken | brontekst bewerken]- Het eerste troubadourlied gaat over de kruistocht tegen de Moren in Spanje (Marcabras).
- Een troubadour was een dichter-componist van wereldlijke liederen, in het Occitaans. Troubadours waren doorgaans van betere komaf en worden vooral in Zuid-Frankrijk gelokaliseerd.
- Troubadours begeleidden doorgaans zichzelf (echter niet op een blaasinstrument).
- Pas na 1250 ontstond de eerste (summiere) notatie van liederen. Het betreft slechts de toonhoogten.
- Er zijn zo'n 460 troubadours bekend.
- Er zijn 2600 teksten (gedichten) overgeleverd van troubadours.
- Er zijn circa 260 melodieën overgeleverd.
Liedvormen
[bewerken | brontekst bewerken]De troubadours gebruikten de volgende liedvormen: